Een andere visie op besturen in de zorg
Frank Wolterinks ideeën over hoe besturen in de zorg goed en leuk kan zijn
Op een receptie sprak ik met een zeer ervaren toezichthouder. Ik vertelde dat ik bezig was met het bedenken van de vijftig meest cruciale vragen, die je als raad van toezicht aan de raad van bestuur zou kunnen stellen. Vervolgens vroeg ik aan hem, welke vraag hij altijd aan zijn raden van bestuur stelde. Daar hoefde mijn gesprekspartner niet lang over na te denken. Ik stel altijd de Waaromvraag? zo zei hij. Oh, zei ik, interessant en wat levert zo’n waarom-vraag je dan op? Nou dan hoor ik precies wat de achtergronden en motieven zijn van de bestuurder. En juist die achtergronden en motieven zijn voor mij heel belangrijk. Weet je wat er bij mij gebeurt als aan mij wordt gevraagd Waarom?, reageerde ik.
Dan ga ik in mijn hoofd zitten en kom ik met een grote hoeveelheid argumenten voor mijn voorstel. Eventueel verzin ik ter plekke nog enkele plausibele argumenten erbij. Oh, zei hij. Weet je wat er gebeurt als je aan een bestuurder de waarom-vraag stelt, vroeg ik toen?. Vertel, zei hij. Bij het antwoord op een waarom-vraag graaft een bestuurder zich altijd in. Dan wordt het doorgaans erg lastig hem/haar op andere gedachten te brengen, als je zelf als toezichthouder eigenlijk wat anders vindt. Heb jij die ervaring ook vroeg ik? Ja, daar kon hij zich alles bij voorstellen. Dat overkwam hem regelmatig. Gelukkig kon hij zaken ook overtuigend neerzetten, waardoor hij de bestuurder alsnog op andere gedachten kon brengen. Maar, zo ging hij verder…..welke vragen zijn dan beter?
Wat vind je van vragen zoals:
Wat wil je met dat voorstel-plan-idee bereiken?
Kun je me aangeven hoe de cliënt van dat plan beter wordt?
Hoe belangrijk vind je het om jouw idee te realiseren?
Dat zijn allemaal vragen waardoor je als toezichthouder figuurlijk naast de bestuurder gaat staan.
Op de vraag wat iemand wil bereiken, hoor je dus zijn doelen of beoogde resultaten. Dat is mooi, want daar gaat het jou ook om. Kan je vervolgens beoordelen of je die resultaten ook zou willen behalen? Zo ja, zou je kunnen vragen of de bestuurder nog andere manieren heeft overwogen om deze doelen te bereiken? Zo exploreer je dus zijn/haar motieven en blijf je in gesprek.
Bij het onderzoeken of en hoe de cliënt van het voorstel beter wordt, kom je bij de essentie terecht.
Je zou eventueel kunnen aangeven hoe jij vindt dat de cliënt meer kwaliteit krijgt en dat naast zijn ideeën zetten. En zo kun je de dialoog vervolgen. Bij het navragen van de mate van belangrijkheid krijg je altijd criteria te horen. Je krijgt zo de criteria van de bestuurder op tafel en daar kun je het vervolgens over hebben. Als dat ook jouw criteria zijn, zou je in de dialoog vervolgens kunnen reageren met het vertellen van jouw idee hoe je hetzelfde doel ook op een andere manier zou kunnen bereiken.
Dit lange antwoord met deze voorbeeldvragen, zo meende ik te kunnen ervaren, leidde bij de toezichthouder tot een goedkeurende blik. Zo van… dat moet ik de volgende keer eens uitproberen. De toezichthouder vroeg me vervolgens op mijn kaartje en we zochten beiden weer een andere gesprekspartner op.