Een andere visie op besturen in de zorg

Frank Wolterinks ideeën over hoe besturen in de zorg goed en leuk kan zijn

atrium beste ziekenhuisDit weekend kwam voor de zesde keer de Ziekenhuis Top 100 uit van het Algemeen Dagblad. Een groot deel van de weekendbijlage was er aan gewijd. Ook stonden er in allerlei dagbladen  reacties van bestuurders over de ranglijst in het algemeen en de positie van het eigen ziekenhuis in het bijzonder. En wat valt op? Na zes jaar heb ik geen enkele bestuurlijke reactie meer gelezen, waaruit blijkt dat men zich afzet tegen deze top honderd lijst. Dat was in het begin wel anders.

Ik kan me citaten herinneren zoals: “De criteria deugen niet, de metingen zijn onjuist, ziekenhuizen zijn onvergelijkbaar, het gaat juist om de prestaties van de specialisten en die wordt niet gemeten. De beste arts kan in het slechtste ziekenhuis werken!”. Veel bestuurders hebben zich destijds afgezet tegen dit soort lijsten en geprobeerd de lijsten in twijfel te trekken door te duiden op de verschillende posities, die het eigen ziekenhuis innam op de verschillende ranglijsten. Sommigen hebben mogelijk gedacht dat dit een ontwikkeling is die vanzelf wel weer overwaait. Dus weinig ruchtbaarheid aan geven is dan de beste remedie. Nu reageerde zelfs Loek Winter van de MC-Groep positief op de lijst, waarop zijn ziekenhuis in Lelystad helemaal onderaan stond. Hij liet weten er alles aan te zullen doen om volgend jaar hoger te scoren. Als dat niet zou lukken, dan zou hij voor zichzelf  conclusies gaan trekken, m.a.w. dan zou hij zelf opstappen. Bestuurders in de top twintig hebben hun medewerkers bedankt voor de leverde inzet, in advertenties, vliegtuigreclame en brieven. “Als je het iedere dag beter doet, ben je op een dag de beste”, aldus het winnende Atrium MC in Heerlen.

Inmiddels wordt openlijk niet meer getwijfeld aan de kwaliteit van de meting. Voor de AD-ranglijst wordt gebruik gemaakt van 36 kwaliteitscriteria. Daarvan zijn er 26 opgesteld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het IGZ heeft voor die criteria ook kwaliteitsnormen opgesteld en ziekenhuizen geïnstrueerd hoe te meten. 10 criteria zijn gericht op de patiëntvriendelijkheid en patiënttevredenheid. Vier daarvan betreffen kindergeneeskunde en kraamzorg. De overige zes zijn afkomstig van de vergelijkingssite Independer in samenwerking met Mediquest. Ruim 32.000 mensen lieten hun mening over ziekenhuizen op Independer achter. Omdat niet ieder ziekenhuis dezelfde verrichtingen doet of kindergeneeskunde en kraamzorg biedt, heeft er een weging plaatsgevonden. Bij gelijke score (er kan een maximale score van 73 punten worden bereikt) is gekeken naar de score op medische aspecten (maximaal 61 punten). Was ook die gelijk, dan gaf het aantal patiënten met doorligwonden de doorslag.

Wordt er nu werkelijk kwaliteit gemeten?
De Rotterdamse hoogleraar Marc Berg zei ooit: “Persoonlijk zou ik de laagste twintig ziekenhuizen mijden”. Mogelijk omdat in een ziekenhuis dat in de ranglijst veel steken laat vallen, geen topprestaties worden geleverd. Mogelijk loopt iemand daar meer risico’s. Zelf denk ik dat de 36 criteria nog niet goed in balans zijn. Hoe is het anders mogelijk dat ziekenhuizen in één jaar 50 of meer plaatsen dalen, zoals St. Jans Gasthuis (70 plaatsen), het Academisch Medisch Centrum (66 plaatsen), de Gelreziekenhuizen (61 plaatsen) en het Jeroen Bosch ziekenhuis (50 plaatsen). Snelle steigers zijn er ook. Het Wilhelmina ziekenhuis (81 plaatsen), het Franciscus ziekenhuis (70 plaatsen), het Flevoziekenhuis (68 plaatsen) en het Slotervaartziekenhuis (64 plaatsen). Het zou interessant zijn te onderzoeken in hoeverre bewust beleid vanuit de bestuurder op de 36 criteria hebben geleid tot dit soort grote stijgingen. Ik ga er vanuit dat bestuurders die bewust sturen op de criteria, ervoor kunnen zorgen dat het eigen ziekenhuis gaat stijgen in de lijst. Zijn dat dan ook de betere ziekenhuizen? Soms wel en soms niet denk ik. Zelf zal ik vooral proberen te letten op de kwaliteit (en daarbinnen de ervaring) van de specialist in relatie tot mijn aandoening en op basis daarvan zal ik kiezen.

Hoe gaat het verder?
Omdat patiënten steeds meer hun persoonlijke keuze gaan baseren op de juiste vergelijkingsinformatie vooraf, ga ik er vanuit dat er in de komende jaren nog  betere ranglijsten worden ontwikkeld. Ranglijsten gaan zeker niet verdwijnen. Zij hebben er immers toe geleid dat de gemiddelde kwaliteit van de ziekenhuizen in de afgelopen zes jaar is gestegen. Da’s mooi, nietwaar. Kortom: Bestuurders gaan steeds meer sturen op verbetering van de kwaliteit van het eigen ziekenhuis, en zich daarmee gaan onderscheiden van concurrerende ziekenhuizen. Ik wens alle bestuurders daarin veel succes.

Laat een reactie achter

Wilt u deze berichten via de email?


Zoeken