Een andere visie op besturen in de zorg

Frank Wolterinks ideeën over hoe besturen in de zorg goed en leuk kan zijn

buurtzorgteam in Son & Breugel
buurtzorgteam in Son & Breugel

In de afgelopen weken stonden de kranten weer vol van Buurtzorg. Vooral over het feit dat bestaande zorgorganisaties voormalig medewerkers die naar Buurtzorg zijn overgestapt, aansprakelijk stellen. Zelf in de Tweede Kamer werden daar vragen over gesteld. Zij hadden dat niet mogen doen vanwege concurrentiebeding en vooral geen bestaande klanten mogen meenemen. Dat wordt hen verweten. Hoewel ik de achtergronden wel begrijp, vind ik dat met dit soort acties het paard achter de wagen wordt gespannen. Beter zou zijn geweest om te bekijken wat er te leren valt van Buurtzorg? Of nog concreter: Hoe kan ik mijn eigen thuiszorg in de toekomst ook gaan besturen, zoals Buurtzorg dat doet? Hoe kan ik principes van franchising gebruiken om mijn organisatie beter bestuurbaar te maken?

Waarom is zo’n verandering nodig? Waarom is Buurtzorg succesvol? Medewerkers in de thuiszorgsector laten al langer weten dat het werk steeds minder bevalt. In de afgelopen week viel ook te lezen uit een onderzoek van de Socialistische Partij, dan meer dan 45% van de medewerkers overweegt uit de zorgsector te stappen. Ook cliënten van de thuiszorg laten al vele jaren horen dat ze het aantal ‘mensen over de vloer’ als te veel ervaren. Het is nu belangrijk als bestuurders echt te gaan luisteren naar medewerkers en cliënten. Het roer moet dus om.

Al in het jaar 2000 ontwikkelde ik mijn nieuwe besturingsvisie, waar veel van mijn blogartikelen ook over gaan. We krijgen te maken met de nieuwe medewerker, met de nieuwe cliënt, met nieuwe organisatiestructuren en met nieuwe manieren van leidinggeven. In de jaren negentig schreef ik al een artikel “van medewerker naar mede-ondernemer!” In mijn werk gaat het continu om het zoeken van een goede balans tussen grootschalig beheer en kleinschalige herkenbare zorg. Om een ontwikkeling van managementinformatie naar medewerkerinformatie, of ook van beheersinformatie naar stuurinformatie. Ten slotte heb ik ook artikelen geschreven over franchising in de zorg.

Al bovenstaande principes komen bij de Buurtzorgorganisatie in meer of mindere mate bijeen. Wat aan de buitenkant vooral opvalt is de tevredenheid van medewerkers. Eindelijk kunnen ze in een eigen team veel meer zelf de zorg organiseren, de roosters maken, de werkzaamheden verdelen en zorgen voor goede zorg. Wat eveneens op valt zijn de meer tevreden cliënten, die meer zeggenschap krijgen over het eigen proces van zorg en ondersteuning en die te maken krijgen met veel minder gezichten. Wat ten slotte opvalt is een lean-organisatie, waardoor ook goedkoper kan worden gewerkt en men uit kan met de beschikbare tarieven. Mogelijk zou op die manier in de hele Nederlandse thuiszorg ook goedkoper kunnen worden gewerkt.

Samenvattend roep ik het bevechten van Buurtzorg te staken, maar pleit ik ervoor om als bestuurders van de andere ouderenzorgorganisaties het eigen roer om te gooien, een nieuwe besturingsvisie te ontwikkelen, die meer gebaseerd is op de nieuwe in mijn ogen noodzakelijke principes. Van Buurtzorg valt dus veel te leren. Eenvoudig zal die koerswijziging niet zijn, maar zeer zeker de moeite waard. Het leidt immers tot meer tevreden medewerkers en meer tevreden klanten en dat is toch ons uiteindelijke doel!

1 Reactie op “Wat kunnen wij van Buurtzorg leren?”

Arian Prins reageerde op: 13 October 2009 om 17:58

Beste Frank,
Als ik je beschrijving van Buurtzorg lees dan moet ik denken aan het kraamzorgbedrijfje dat ons heeft geholpen in de eerste dagen na de bevalling van mijn zoon. Ik heb indertijd bewust niet gekozen voor een van de grote landelijk opererende organisaties, maar voor een kleine club die in ons stadje was gevestigd met een beperkt aantal medewerkers. We hebben ruim contact gehad met de directeur zelf in de aanloopfase. Deze mevrouw was zeer gebrand op een klantgerichte aanpak. Klantvriendelijkheid, behulpzaamheid, maar ook: te maken krijgen met maar één vaste hulp. Deze hulp werd op het gezin gepland en mocht in die periode absoluut niet elders worden ingezet.

Hoe anders verliep het vrienden van ons; zij waren bij een grote organisatie terecht gekomen en nog vóór de bevalling lag er een onpersoonlijke brief op de mat waarin kenbaar werd gemaakt dat er te weinig personeel was om alle zorguren in te vullen en dat men er maar rekening mee moest houden dat de zorg een paar dagen eerder op zou houden.

Hoe kunnen dergelijke verschillen nu ontstaan? Waarom kregen wij een mega-gemotiveerde medewerker over de vloer terwijl mijn vriend blij moest zijn met een paar dagen totaal versnipperde zorg? Ik denk dat er een soort aantrekkingskracht zit bij de kleinere bedrijven die ondernemende, klantgerichte medewerkers aantrekt. En niet alleen aantrekt: daar ook streng op selecteert. Een bedrijfje met 10 medewerkers kan de krenten uit de arbeidsmarktpap halen. Terwijl de grotere organisaties per definitie door hun grootte de “gemiddelde arbeidsmarkt” als personeelsbestand treffen. Erger nog; doordat de meest capabele en gemotiveerde mensen uitstromen richting frisse kleine ondernemingen waar je “samen onderneemt” (of zij-uitstromen naar andere arbeidsmarkten) houden de grote organisaties misschien wel alleen “ondergemiddeld” personeel over.

Betekent dit dan dat de kleine clubjes intrinsiek beter zijn? Ik denk het niet; mochten we morgen met zijn allen besluiten dat zorgorganisaties met meer dan 20 medewerkers moeten worden opgedoekt en opgesplitst dan zullen al die kleine clubjes opeens ook de gedemotiveerde of boven zijn kunnen werkende medewerkers moeten dragen. Dan zijn we weer terug bij af; of eerder: terug bij gemiddeld.

Ondertussen denk ik wel dat de markt zich evolueert. De klanten zullen steeds minder pikken dat ze slechte zorg of slechte service krijgen; de overheid zet steeds meer druk op de budgetten. Kleine organisaties kunnen hierdoor de strijd aangaan met de grotere, en in die strijd hun grotere flexibiliteit en motivatie uitnutten tot ze op den duur doorgroeien… tot…? Overigens, kleine organisaties die slechte zorg leveren zullen hun oprichtingsjaar niet overleven, daarom gaan de politieke discussies ook alleen over de succesvolle nieuwe organisatievormen. Ik zie daarin wel degenlijk een positieve rol van marktwerking. Een ding is zeker: die vrienden van mij staan bij hun volgende kindje als eerste in de rij voor het kleine bureautje. En ik ook.

m.vr.gr.,
Arian.

Laat een reactie achter

Wilt u deze berichten via de email?


Zoeken